Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Op vrijdag 5 april 2019 in Middenmeer, Anna Paulowna en Hippolytushoef en op woensdag 10 april 2019 in Wervershoof en Medemblik:

Voor konijnen:

Check-up, advies en vaccinatie tegen Myxomatose, RHD 1 en RHD 2.

 

 

 

Lira is een hond, een Boomer van bijna 8 jaar die vorig jaar vlak voor haar zomervakantie bij ons kwam omdat zij een blauwe waas over haar rechter oog kreeg. Omdat het oog verder niet afwijkend leek, werd gestart met oogdruppels. Tijdens de vakantie ging het oog echter achteruit; de waas werd steeds duidelijker. Eenmaal terug in Nederland is Lira doorverwezen naar een praktijk in de buurt voor een oogdrukmeting. Daar werd glaucoom vastgesteld, een oogaandoening waarbij de oogboldruk te hoog wordt. Het oogbolvocht in het oog wordt regelmatig vervangen door nieuw vocht. Als de afvoer van het oude vocht echter niet voldoende gebeurt, hoopt het zich op. In het begin is hier weinig van te zien omdat het oog langzaam vergroot, maar nog niet gaat uitpuilen. Ook het hoornvlies (heldere venster) wordt opgerekt. Hierdoor ontstaat de blauwe waas over het oog heen.

Bij Lira werd ook een bloeddrukmeting uitgevoerd, want naast problemen met de afvoer van oogvocht is een te hoge bloeddruk ook vaak een oorzaak van glaucoom. Bij Lira was er inderdaad een verhoogde bloeddruk aanwezig en deze wordt behandeld met bloeddrukverlagers. De druk (in beide ogen) zakte iets, maar niet voldoende. Telkens bleek de gebruikte oogdruppel even te werken maar moest er na een tijd gewisseld worden van medicatie omdat het onvoldoende ging werken òf omdat Lira er allergisch voor werd.

Na 4 verschillende oogdruppels en ruim 9 maanden behandelen, meten en controleren, bleek dat haar rechter oog opnieuw allergisch werd voor de oogdruppel. Lira was inmiddels blind aan die kant en werd besloten om dit oog eruit te halen.

Inmiddels is ze erg opgeknapt! Leven met beperkt zicht deed ze vóór de operatie ook al, dus daar veranderde weinig aan, maar het druppelen in het gevoelige rechter oog hoeft ze nu niet meer te ondergaan.

Patiënt van het seizoen

In februari stonden veel patiënten in de schijnwerpers vanwege hun stralende gebitten. Er zijn ontzettend veel gebitten gesaneerd, tanden getrokken en tandvlees verzorgd tijdens de maand van het gebit. Onder narcose werden zo weer heel wat gebitten schoongemaakt en gepolijst. Polijsten betekent dat het tandglazuur licht geschuurd wordt zodat het oppervlak gladder wordt. Hierdoor kan tandplaque en uiteindelijk tandsteen minder snel vastplakken aan de tand. Preventief kan er ook een hoop worden gedaan voor het gebit. Tandenpoetsen is de gouden standaard maar niet elk dier laat dit goed toe. Door mondwater, speciale kauwstaven met enzymatische werking, gebitspoeder door het eten te doen of polijstpasta in de wangen te smeren kan toch worden voorkomen dat tandsteen zich opnieuw snel vormt!

Ziekte onder de loep

Pancreatitis is de wetenschappelijke benaming voor alvleesklierontsteking. Het is een aandoening die zowel bij honden als katten kan voorkomen.

De alvleesklier is een klein orgaan dat tegen het eerste stuk van de dunne darm aan ligt en ermee verbonden is door afvoergangen. De alvleesklier is een belangrijk orgaan in de spijsvertering; het maakt allerlei verteringssappen aan. Het is ook een cruciaal orgaan in de regulatie van het bloedsuiker, het maakt namelijk ook insuline. Dit is het hormoon wat noodzakelijk is voor het transport van suiker uit de bloedbaan naar de cellen.

De oorzaak van pancreatitis verschilt per diersoort. Bij de hond wordt het vaak gezien na het innemen van humaan voedsel, en dan vooral deze die gekruid is. Veel honden mogen thuis wat van het Chinees- of Mexicaanse eten mee-eten, maar het is vaak sterk gekruid of pittig vanwege sambal. Deze kruiden zorgen voor irritatie van de afvoergang van de alvleesklier. Hierdoor worden de verteringssappen al geactiveerd in de afvoergang en wordt deze aangetast. De ontsteking is vaak pijnlijk, honden eten slecht en kunnen gaan braken. Bij katten is de oorzaak niet goed gekend, al gaan we ervan uit dat het vaak een ontsteking is die uitgelokt wordt door het lichaam zelf. Katten laten echter weinig symptomen zien; soms eten ze wat minder of braken ze een enkele keer. Een alvleesklierontsteking kan bij de kat dus gauw chronisch worden.

De diagnose wordt gesteld via bloedonderzoek, vaak aangevuld met echografie. De diagnose is niet gemakkelijk en de ziekte wordt dus regelmatig gemist.

De behandeling bestaat uit ontstekingsremmers, anti-misselijkheidsmedicatie en bij de hond uit aangepast voedsel. De therapieduur kan lang zijn, soms meer dan 6 weken. Soms wordt een deel van de alvleesklier een litteken door de ontsteking en is niet-functioneel. Zolang dat geen groot deel is, kan een dier daar prima mee leven.

Wist u dat?

Wij sinds december een nieuwe assistente bij ons in het team hebben: Astrid Smit.

Wij sinds januari een nieuwe dierenarts aan ons team is toegevoegd: Charlotte Kraakman.

 

Ziekte onder de loep

Antivries is een product dat bij veel mensen in huis is. Vaak wordt dit in de garage bewaard en staat regelmatig op ooghoogte van het dier. Antivries is erg lekker vanwege de zoete smaak die het heeft. Daarom zien wij juist in de winter vergiftigingen met antivries bij huisdieren.

Antivries wordt in het lichaam omgezet tot een stof die met calcium kan binden tot calciumoxalaat. Dit is een kristal dat zich ophoopt in de kleine haarvaatjes van de nieren, hersenen en in de wand van de haarvaatjes zelf. Deze haarvaatjes in de nieren zorgen voor de bloedvoorziening van het nierweefsel en voeren ook de afvalstoffen aan die via de urine moeten worden uitgescheiden. Omdat de haarvaatjes verstopt raken en beschadigd worden door de kristallen, wordt de doorbloeding van de nieren verstoord en hopen afvalstoffen zich op in het bloed. Het dier krijgt op deze manier acute nierschade (in het Engels Acute Kidney Injury, AKI, genoemd).

Als de bloedvoorziening in de hersenen minder wordt, ontstaat er schade aan het hersenweefsel. En omdat calcium wordt opgebruikt in het bloed, krijgt het hart met een tekort te maken.

Een dier kan heel acuut ziek worden en vertoont klachten als braken, buikpijn, krampaanvallen, dronken lopen en produceert soms helemaal geen urine meer. Als er te weinig calcium is voor het hart, kan een dier sterven aan een acute hartstilstand.

Een dier met een antivriesvergiftiging moet altijd met spoed worden behandeld omdat de nieren een centraal orgaan zijn in de afvoer van afvalstoffen en in de aanmaak van vitamines en hormonen. Als ze dus niet functioneren, is dit altijd fataal voor het dier. Er moet dus geprobeerd worden om AKI te voorkomen. De rest van de organen moeten ook zo snel mogelijk beschermd worden tegen de gevolgen van deze vergiftiging.

Wist u dat?

Wij voeren de VacciCheck uit op onze praktijk. Deze check is beter gekend als de titerbepaling. De VacciCheck kan worden gebruikt om te bepalen of de vaccinatie voor Distemper, Hepatitis en Parvovirus al nodig is of niet. Deze vaccinatie wordt normaal eens in de drie jaar gegeven.

Veel voorkomende patiënten op de praktijk

Het konijn en de knaagdieren hebben een speciaal gebit: het blijft het hele leven lang doorgroeien. Mensen worden geboren met een vast aantal tanden en deze hebben ook een vaste grootte. Als er slijtage optreedt van onze tanden, groeien die niet meer aan. Het konijn en de knaagdieren worden ook geboren met een vast aantal tanden, alleen slijtage is bij hen noodzakelijk om te voorkomen dat de tanden te groot worden. Bij konijnen groeien zowel de kiezen als de snijtanden het hele leven door. Ongeveer 1mm per dag. Dat lijkt misschien weinig, maar de kiezen zijn maar ongeveer 7mm groot.

Als een konijn dus slecht eet en daardoor ook weinig kauwt, worden de kiezen en snijtanden niet afgesleten en kunnen deze enorm groot worden. Op de kiezen ontstaan dan haakjes die in de tong en in de wang prikken. Hierdoor ontstaan kleine wondjes in de mond die zo pijnlijk kunnen zijn dat het dier stopt met eten. Dit heeft echter tot gevolg dat het gebit nog slechter wordt. De snijtanden kunnen zelfs zo groot worden, dat deze door het gehemelte heen groeien of zelfs de neusgaten in. Dit is enorm pijnlijk.

Een konijn dat langer dan 2 dagen niet eet, kan erg ziek worden. De darmen van konijnen hebben continu voedingsstoffen nodig om goed te functioneren. Ook hun darmflora heeft voeding nodig en raakt snel ontregeld wanneer er geen voeding binnenkomt. Konijnen kunnen dan een gasbuik krijgen (tympanie), kleine keutels of zelfs geen ontlasting en overlijden hier uiteindelijk altijd aan. Bij het onderwerp ‘Beeldvorming’ in deze nieuwsbrief, staat meer informatie over een konijn met tympanie.

Beeldvorming

Tympanie of een gasbuik wordt helaas regelmatig gezien bij konijnen. In de rubriek ‘Veel voorkomende patiënt op de praktijk’ wordt hierover meer uitleg gegeven. Hieronder is een radiografie te zien van een konijn met tympanie. Gas of lucht is op een foto zwart gekleurd (vandaar dat de omgeving rondom het dier altijd zwart is) en naarmate het weefsel dikker is van structuur houdt het meer straling tegen en wordt het weefsel wit. Op deze foto is duidelijk te zien dat er grote slangvormige structuren in de buik zitten die bijna de hele buik in beslag nemen. Dit zijn de darmen die vol zitten met gas. Een konijn eet vaak ruwvoer en dit heeft een korrelig aspect op een radiografie. Dit kunt u goed zien in de witte zone onderin de buik. Normaal moet er meer voedsel dan gas in een konijnenbuik te zien zijn, hier is dat andersom. Een foto is belangrijk omdat er meer oorzaken zijn van een konijn dat slecht eet en een dikke buik heeft, zoals baarmoederontsteking.

Patiënt van het seizoen

Hondje Storm is een Shih Tzu die 9 weken oud was toen hij voor het eerst bij ons kwam. Hij had erge hoestklachten, diarree en ging hard achteruit. Hij zo ziek dat hij is opgenomen op de praktijk waarbij hij 2 soorten infusen heeft gekregen evenals extra medicatie om hem weer op de rit te krijgen. Na enkele uren voelde deze man zich al aanzienlijk beter en mocht ’s nachts naar huis. De dag erna is hij nog even ter observatie gekomen maar al gauw bleek dat hij zich goed genoeg voelde om weer naar zijn gezin terug te keren. Inmiddels maakt Storm het erg goed en groeit als kool!

Bob is een kater van 11,5 jaar oud die in één jaar 3 keer een verstopte plasbuis heeft gehad. Meestal ontstond dit bij Bob op het moment dat er drukte in huis was of hij stress had, zoals tijdens eerste Kerstdag. Omdat deze klachten ondanks speciale voeding zo vaak bleven terugkeren, is er voor gekozen om een penisamputatie uit te voeren. hierbij wordt de penis geamputeerd tot net voorbij het nauwste deel van de plasbuis. daarna wordt de plasbuis aan de huid vastgehecht zodat een kater plast zoals een poes. Omdat de lengte van de plasbuis aanzienlijk afneemt is een kater hierna wel wat gevoeliger voor blaasontsteking.

 Omdat Bob afwijkend plasgedrag had vanwege de pijn en de katheterisatie van de blaas, werd ook het ontlasten abnormaal. Bob kreeg daardoor te harde ontlasting waar hij moeilijk van af kon komen. Met behulp van een klysma, speciale voeding en medicatie, is hij uiteindelijk van deze constipatie afgekomen. Bobs traject is erg lang geweest met veel ups en downs, maar plassen doet hij nu erg goed! Hij is weer erg speels met de andere katten in huis en eet weer als een dijkwerker.

Back to Top