Bel voor een afspraak of spoed 0227 58 12 34

Achteraf vraagt je je als eigenaar af hoe het zover kon komen met Poes, maar we weten dat katten continue moeten eten. Elke dag en liefst ook goed verdeeld over de dag. Als een hond een aantal dagen niet eet, is dat natuurlijk ook niet handig. Maar om de kat die één of in ieder geval enkele dagen niet eet, maak ik me veel meer zorgen dan over de hond die even niet wil eten. Niet voor niets is het heel gewoon dat de kat altijd wel wat te knabbelen heeft staan en dat dit bij de meeste honden niet haalbaar is, omdat ze anders de tent uitgroeien. De katachtige vangt en eet van nature dagelijks wat ze nodig heeft terwijl de hondachtigen op een flinke prooi lang kunnen teren. Katten eten ook alleen maar vers vlees terwijl de honden niet moeilijk doen over een weekje bederf.

Poes was wat snotterig, de oogjes vloeiden wat pussig, stonden steeds wat samengeknepen en regelmatig werd er gehoest, geproest en geniest. (De definitie van proesten is: onwillekeurig en met flinke kracht water, speeksel, slijm of snot uitstoten… Ik denk dat niezen duidelijk de neus betreft, hoesten de mond als uitlaatklep kiest en proesten gebruik maakt van allebei?) Verder was Poes altijd een sterke dame geweest, heel actief en graag buiten. Ruim op gewicht en nog redelijk jong met haar acht jaren.

Maar het viel al een paar dagen op dat er plots niet werd gegeten en spaarzaam gedronken. En daar begint, als het tegenzit, het hellend vlak. Poes kan niet ruiken door haar niesziekte en vertikt het dan om te eten. Je (w)eet dan namelijk niet wat je naar binnen hoort te werken. Voor veel honden is dat helemaal niet belangrijk. De kat denkt ‘wat is het’. De hond denkt hooguit ‘wat wás het’. En als bij de kat het antwoord niet opplopt, laat ze liever het eten staan dan dat ze het risico loopt op vergiftiging. Daarbij komt dat de koorts die vaak met deze infectie gepaard gaat, niet helpt in het welzijn dat nodig is voor een goede eetlust.

Er gaat ogenblikkelijk een reactie volgen op niet eten. Je spreekt logischerwijze je aanwezige reserves aan. Om energie te generen. Want de kachel (zoogdieren en vogels) moet blijven branden, anders koel je teveel af. En spieren moeten bewegen, al is het maar je hart. En vooral de hersenen hebben bloedsuikers nodig om te kunnen blijven denken….

Poes weet dat niet. Ze ging harder achteruit dan te verwachten is bij alleen de niesziekte. Volgende week zien we hoe het verder gaat…

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

13 augustus 2019

Wie zag er op zijn minst niet ooit een stukje van:The Lion King. Destijds een Amerikaanse handgetekende animatiefilm uit 1994, geproduceerd door Walt Disney Feature Animation. Alweer 25 jaar geleden. Het verhaal speelde zich af op de Afrikaanse savanne, waar de koning der dieren, de leeuw, zich als heer en meester voordeed. De dieren in deze tekenfilm zijn allemaal dusdanig vermenselijkt, dat zij kunnen praten en denken als mensen. De muziek klinkt iedereen nog wel in de oren. Zeker toen het verhaal ook als musical op het toneel werd gebracht. Hoewel die nu gestopt is, trok deze voorstelling wereldwijd meer dan 100.000.000 bezoekers… Ik vind het veel. Maar zelf liet ik verstek gaan. Ik ben ook niet echt een makkelijke stoelzitter…

Na 25 jaar heeft Walt Disney de film opnieuw uitgebracht, nu als een uitermate realistische computer-geanimeerde uitgave. En dochter Timone wilde hem graag met ons in de bioscoop bekijken. Na wat gepuzzel vonden we afgelopen vrijdag om kwart voor tien in de avond een geschikt moment. Ik realiseerde me wel dat na een dag en avond werken met dieren de ontspanning ook wel aardig dierlijk zou zijn, maar ik verheugde me ook wel op een speelfilm met levensecht gemaakte dieren. Ik vond het ongeëvenaard.

Ze zijn er begin 2017 mee begonnen. En hoewel het tegenwoordig heel gemakkelijk lijkt om een computer de opdracht te geven een natuurlijk schouwspel op de Afrikaanse savanne in elkaar te zetten, is die gedachte een lelijke vergissing, wat ook wel blijkt uit de geschatte kosten om deze film in elkaar te zetten, die zijn 250.000.000 dollar. Ook niet mis.

Het verhaal herbergt fantastische natuurbeelden en uitermate mooi weergegeven kenmerken en bewegingspatronen van allerlei soorten dieren in het oerwoud en op de savanne; liefde en trouw en haat en nijd. De menselijke aspecten van de samenleving komen uiteraard pijnlijk aan de orde, want ook al zijn het heel natuurgetrouw weergegeven beelden van dieren, ze spreken allemaal Engels. Of Nederlands als je de middagvoorstelling bezoekt.

Recensies spreken over de tranen die onherroepelijk vloeien, met name vanwege het indringende verhaal zelf. Maar wat mij vooral ook weer verpletterend trof was de desastreuze verwoesting van een paradijselijk leefgebied, vanaf het moment dat daar onzorgvuldig mee wordt omgegaan. En hoewel de Lion King alweer een tijdje geleden is geschreven, het doet helaas zeker ook in onze tijd van leven nog niets af aan de vergelijking die je onherroepelijk kunt maken met hoe wij onze uitermate paradijselijke natuur wereldwijd voor de leeuwen werpen!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

6 augustus 2019

De Nederlandse benaming voor ‘myiasis’ is vliegenlarvenziekte, oftewel maden! Lucilia is een bekende veroorzaker en hoewel haar naam schattig klinkt is er niks schattigs aan. Lucilia Sericata is een seriemoordenares. Deze blauwgroen gekleurde bromvlieg legt haar groepjes met eitjes op warme vochtige plaatsen tussen haren of veren en graag ook in wonden.

Zelfs kleine restanten van ontlasting, wondvocht of urine in de vacht of in de directe omgeving van het dier, zijn sterk genoeg geurend om deze tweevleugelige van heinde en verre te verleiden om zich voort te planten. Van oorsprong doet ze goed werk. Kadavers behoren in een mum van tijd tot het verleden. Schoon, tot op het bot. Maar bij gebrek aan dode dieren, gaat ze op jacht naar levende prooien om haar voortbestaan zeker te stellen. Met succes. Dat wil zeggen, als haar misdaden tegen de diere-lijk-heid niet op tijd worden ontdekt.

Uit de eitjes kruipen binnen enkele uren tot dagen, afhankelijk van de temperatuur, de witte larven die aan de slag gaan met hun omgeving. Ze groeien razend snel. Omdat ze alleen rottend dood vlees kunnen eten, dus geen levend vlees, scheiden de jonge maden stofjes af die er voor gaan zorgen dat het levende weefsel versterft. Ze bereiden je als maaltijd als het ware voor, en grazen je dan naar binnen. Goed hoorbaar overigens, maar dat terzijde. Het effect van de ziekte versterkt zichzelf. Door de geur van het aangetaste vlees ontstaat er een (nog) sterkere rottingsgeur die nog meer vliegen zal aantrekken.

Slachtoffers, veelal in de warmere maanden, dus van april tot oktober, zijn vooral schapen, kippen, konijnen en oudere katten. Maar ik heb ze ook ontmoet op honden, paarden, runderen... En het meest vervelende is dat een dierenlijf niet goed tegen rottend vlees kan. Stofjes uit de stervende en vergane cellen worden door kleine vaatjes opgenomen en vergiftigen als het ware het lichaam, waardoor het dier zich ziek gaat voelen. In combinatie met de pijn van de wond stopt het met eten en drinken. Omdat er een voor bacteriën gemakkelijke ingangspoort is, dreigt er ook via deze route een groot gevaar. Niet zelden verloopt deze aandoening dodelijk of is er geen andere optie dan euthanasie.

In de warmere maanden is het dus uitermate belangrijk om de verblijfplaatsen van dieren uiterst droog en schoon te houden. En in zoverre dat mogelijk is, ook ervoor te zorgen dat vliegen hun prooi niet kunnen benaderen, door zorgvuldig gebruik te maken van vliegengaas. Tevens zijn er middelen voor op het dier die de vliegen weren en afdoden bij contact.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

30 juli 2019

Niet één van mijn favorieten, maar met bewondering kijk ik naar de groei- en bloeikracht van de vlinderstruik. De massa’s vlinders die op de ‘Buddleja’ (door Linnaeus uit eerbetoon genoemd naar Adam Buddle (1662-1715), een missionaris en botanist uit Groot-Brittannië.) afkomen, heeft De Vlinderstichting destijds het advies doen geven de struik massaal aan te planten om de vlinderstand in Nederland van de ondergang te redden.

De Buddleja bestaat in veel (gekweekte) varianten die in maat (gedrongenheid) en vooral kleur (wit, roze, donkerpaars…) variëren. De oorspronkelijke en daarom ook meest voorkomende kleur is lichtpaars. Er wordt commentaar geleverd op het advies van De Vlinderstichting, uit angst voor een invasie van deze vlinderstruik. En dan valt de naam ‘invasieve exoten’.

Met ‘exoten’ worden uitheemse (oorspronkelijk niet in Nederland voorkomende) soorten dieren en planten aangeduid die Nederland niet op eigen kracht kunnen bereiken, maar door menselijk handelen (transport, infrastructuur) hier in de natuur terecht zijn gekomen of dat in de nabije toekomst lijken te gaan doen. Soorten die Nederland op eigen kracht bereiken vanuit hun natuurlijke verspreidingsgebied, bijvoorbeeld door klimaatverandering, zijn geen exoten. (De wolf die uit Duitsland ons land op eigen kracht bereikt is dus geen exoot, natuurlijk los van het feit dat de wolf oorspronkelijk in Nederland thuishoort. De in het wild gevonden wasberen zijn wel exoten, die zijn als huisdier (dom!!) ontsnapt en verwilderd). En nu komt het: ‘Exoten leiden in de meeste gevallen niet tot grote problemen; slechts een beperkt aantal vertoont invasief gedrag door een explosieve ontwikkeling na vestiging. Invasieve exoten kunnen een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit, volksgezondheid of veiligheid.’

De vlinderstruik groeit graag op grachtenmuren (jazeker, Amsterdam staat er vol mee) en zou zo een bedreiging kunnen vormen voor bijvoorbeeld de inheemse muurleeuwenbek. Ze passen zogezegd niet in het zelfde muurspleetje en het aanbod geschikte spleetjes is ruim maar beperkt.

Als je leest over wat voor soorten Nederland invasief overspoelen, dan gaat het wel jeuken. De reuzenberenklauw (in de eervorige eeuw vanuit de Kaukasus als tuinplant hierheen gehaald) is er een bekend voorbeeld van. Ontsnapt. Prachtig om te zien hoe de gigantische bladeren en witte schermen als parasols de bermen langs de snelwegen vullen, maar als inheems plantensoortje kun je er door de forse schaduw niet meer wezen. De reusachtige (en vooral lelijke) Japanse duizendknoop die hele berm- en bosarealen overwoekert is ook al geen lieverdje. Beiden staan in Nederland op de zwarte lijst: wettelijk verplicht uitroeien!

Verbazingwekkend kleinig maar venijnig blijken invasieve mossen. Geelsteeltje (vanaf 1943), Grijs Kronkelsteeltje (1960) en Gaaf Kantmos (1970) plunderen de leefgebieden van onze eigen mosjes. Het mo(e)st verboden worden!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

23 juli 2019

Spreekwoorden en gezegden waarin de kat verwerkt zit, zijn er genoeg. Zoals die van de dansende muizen, die van de pootjes waarop ze altijd terecht komen en van die exemplaren die in de kelder gemetseld worden of op het spek gebonden zijn. De kat in het nauw, in een vreemd pakhuis of in het bakkie, in het donker knijpen, in de boom waar hij uitgekeken kan worden, negen levens, in de zak gekocht of in de gordijnen gejaagd. Iets voor haar viool doen. En dat ze allemaal grauw zijn in het donker. Overigens blijkt dat maar de helft te zijn van het geheel. Officieel is het: ‘Bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw.’ Wat wil zeggen dat als het er op aan komt, iedereen gelijk is.

Maar dat er een stuk of vijftig zijn met katten, dat vond ik wel verbazingwekkend veel. ‘Als katten muizen, mauwen ze niet.’ Je kunt niet eten en praten tegelijkertijd. (Nou… ik ken…) ‘Daar komt de zwarte kat in.’ Daar komt ruzie van. ‘De kat van de bakker heeft het gedaan.’ Niemand dus. Ik lees dat je de kat ook gewoon bij het spek kunt zetten, in plaats van hem er op te binden. Veel gemakkelijker en een net zo verleidelijke situatie. Zo ook ‘naast de melk zetten’.

Er volgt nog een waslijst van ‘katten’ waar ik niet eerder van hoorde. Zoals deze: ‘Om der wille van de smeer, likt de kat de kandeleer’. Dat behoeft enige uitleg, want welke kat likt er voor zijn of haar plezier aan de kandelaar. Geen enkele meer. Vroeger blijkbaar wel. Maar niet omdat een kandelaar zelf daartoe uitnodigde, maar omwille van het kaarsvet dat er vanaf de brandende kaars op droop. En die kaarsen werden vroeger gemaakt van het ingewandsvet van geslachte dieren, smeer genaamd… en daar zat natuurlijk een aantrekkelijk luchtje aan. De betekenis? ‘Omwille van het loon doet men het werk.’ Oftewel als iemand denkt ergens uiteindelijk voordeel bij te hebben, doet hij dingen die hij eigenlijk niet prettig vindt. Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt in een situatie waarin iemand extra aardig doet tegen een ander, terwijl dat niet gemeend is.

‘Een kat een kat noemen’: Duidelijke taal spreken. ‘Een slapende kat vangt geen rat’. Inderdaad. ‘De kat is in het garen’: De boel is danig in de war. ‘Nu komt de kat op het koord’… nu komt het probleem. ‘Als de kat kon vliegen was er geen spreeuw in de lucht’. Die vind ik wel erg mooi. Dat zeg je als mensen alsmaar ‘als’ zeggen.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

16 juli 2019

‘Oh dennenboom, oh dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon.’ Over een half jaar is het alweer zover. ‘Het is zo weer kerst’ is een door mij vaak gebezigde uitdrukking die ik netjes gejat heb van de dierenarts waar ik als kind altijd mee meeliep.

Maar goed. De kerstboom is dus een spar. Meestal een fijnspar. Naast de grove den de meest voorkomende naaldboom in Europese (productie)bossen. De spar levert het vurenhout en de den het grenen. Het meest bekende verschil tussen de spar en de den is dat de sparnaalden afzonderlijk zijn ingeplant, zoals bij ons de haren. En dat die van de den in groepjes staan zoals een bosje bloemen in een vaasje. Verder lijken ze trouwens geen moer op elkaar, het zijn twee totaal verschillende bomen. Behalve dat ze meestal groen zijn, überhaupt naalden dragen en groenblijvend in de winter zijn. En na verwonding plakken ze beiden van de hars die tegen ziektekiemen bescherming biedt. Het wordt hard en werkt als een pleister. Bij niet naaldhoudende bomen blijft de uitvloei iets soepeler en noemen we het gom. Beide worden door speciale cellen geproduceerd en is dus niet hetzelfde als sap uit de sapstroom.

We hebben naast de oprit van de praktijk een ‘zwarte’ den die wel iets weg heeft van een volle mooi uitgevoerde grove den. We koesteren hem. De takken gaan fier en vrolijk de lucht in, terwijl de sparren een veel treuriger aanblik hebben. Niet voor niets, zo glijdt de sneeuw er bij hen gemakkelijker af. Omdat twaalf jaar geleden bij de aanbouw van onder andere de operatiekamer onze garage oprit werd verplaatst, verhuisden we de den ook mee. Een heel project, maar hij was ondanks zijn flinke maat nog in zijn jeugdjaren en we hadden geen zin om weer te starten met een baby zeg maar.

In de tuin in Drenthe staat slechts één den, maar meerdere sparren. Ze zijn het maatje kerstboom al lang ontgroeid en de grootsten zouden een stadsplein met hun 20 meter hoogte ook niet halen, omdat ze niet meer mooi vol zijn, kaal zogezegd. We zijn zuinig op bomen maar er moest er eentje weg. Te kaal, te groot, teveel dode takken, te weinig zon... Dat laatste spreekt het eerste weer tegen, maar het is een discussie die al jaren duurt en het spijt me te melden dat ik hem verloren heb. Terwijl, dat is het oneerlijke, ik hem zelf na zijn leven van 45 jaar mocht neerhalen. Hij ligt in stukken in het gras. De hars vloeit zo rijkelijk als bloed bij een flinke verwonding. Naaldbomen (kn)(h)arsen en loofbomen g(r)ommen.

 Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

9 juli 2019

Een eencellig diertje veroorzaakt de infectieziekte Toxoplasmose. Toxoplasma gondii, zoals het krengetje officieel heet, misbruikt de kat als onderdeel van zijn bestaan. We kennen hem als de parasiet waar zwangere vrouwen voor moeten oppassen als ze de kattenbak schoonmaken. Dágelijks doen en mèt handschoenen. Dat is het advies. Ook handschoenen in de tuin en bij andere aarde gerelateerde kunsten, want poeslief poept ook in de openheid. En wat je (bijna) zwanger zijnde vooral niet moeten doen is vlees rauw eten Als je niet in verwachting bent, is er niks aan de hand.

Om ergens de levenscyclus van ‘Toxi’ te laten beginnen, starten we bij de volwassen parasiet die zo nu en dan voorkomt in de darm van bijvoorbeeld een jeugdige kat. De volwassen geworden Toxi moet voor nageslacht zorgen. Haar eitjes zijn microscopisch klein, want dat is zij ook. Via de ontlasting van alléén de kat(achtigen) belanden ze in de open wereld waar ze twee dagen moeten ontwikkelen. Muizen en vogels die de rijpe eitjes binnen krijgen worden zelf niet ziek (ze zijn tussengastheren en -dames), maar bewaren de uit het eitje gekropen ‘larfje’ in hun spieren tot de kat ze vangt en opeet. Zo besmet een kat zich.

Ook vee krijgt ze ook binnen, deze dieren worden zelden ziek en bewaren de larven eveneens tot een kat er rauw van te eten krijgt….. of een mens. Veel mensen worden er ook niet ziek van, terwijl sommigen er een soort griepgevoel met koorts van ervaren. Aangezien de infectie redelijk goed immuniserend werkt, krijg je de infectie maar één keer. Maar er zit een ‘larfje onder het gras’. Bij zwangere vrouwen (en ook soms bij drachtige dieren) gaat de infectie naar de ongeboren vrucht en brengt daar dan mogelijk ernstige schade toe aan zenuwweefsel en organen. Zeer onwenselijk. Vandaar de eerdere adviezen.

Bijna de helft van de mensen in Nederland is bij een bloedtest positief op Toxoplasma. Hoe ouder de persoon, hoe groter die kans. Daar waar jongeren tot 25 procent de infectie al eens hebben doorlopen is dat bij de ouderen onder ons tot zelfs 75 procent.

Voordat Jolanda zwanger werd van ons eerste kind werd ze negatief getest. Riskant en wonderlijk tegelijk, want ze had tot op dat moment altijd met katten geleefd en was altijd met aarde in de weer. Voor en tijdens alle vijf haar zwangerschappen werd er daarom stelselmatig getest, omdat ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werkzaam was in de dierenartspraktijk en duidelijk in de gevarenzone zat. Er is dan tenslotte altijd wel ergens kattenontlasting. Overigens is ze al die tijd negatief getest gebleven.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

2 juli 2019

Langs het zandpad achter het huisje in Drenthe lopen paarden met hun berijders. Ze lopen stapvoets. Opdracht van de manege, want het mag voor de bewoners hier niet stuiven.

Bruine paarden, witte paarden en zwarte paarden. Groot en ook enkele duidelijk meer pony-formaat. Zwart gevoet of met witte sokjes. Hoger oplopend naar een wit been. Met of zonder witte gebieden op hun hoofd… een kol of bles of sneb. Alle aftekeningen die een paard heeft, worden met naam en toenaam benoemd om zo het dier in kaart te brengen. Je zou zeggen, neem een stuk of wat foto’s. Maar nee, identificatie hangt altijd al op aftekeningen.

Een bles is een witte aftekening op de neusrug, zeg maar tot de neusgaten. Die aftekening varieert van enkele witte haren, over een streepje of zelfs streep, naar wat ze noemen de iets bredere ‘smalle’ bles en zo verder naar ‘gewone’ bles en ‘brede’ bles. Heel veel bles wordt ook wel ‘witkop’ genoemd en als dit bij een koe aan de orde is dan spreken we ook wel van een ‘blaarkop’. Zo kennen we de Groninger Blaarkop als ras. Maar ook de grote bruine Bles als schapenras.

Ze lopen langs het zandpad richting het bos hiernaast. In dat bos zijn er ook bomen die een bles dragen. Het ‘blessen van bomen’ wordt in Vlaams België schalmen of hameren genoemd en werd vroeger gedaan met een mes waarmee een strookje bast van boven naar beneden werd afgehaald. De markering was duidelijk en niet te verwijderen. Ze waren bedoeld om de houthakkers te melden dat ze geveld (neergehaald) moesten worden. Bosbeheer is kiezen en zagen…

Tegenwoordig doet men het wel makkelijker. Ze krijgen een verfvlekje. Stip, streep of kruis vertelt het verhaal. Vaak ook is de kleur een code. Rood moet dood en blauw moet zeker nog een tijdje blijven. Die wordt een toekomstboom genoemd. Klinkt wel groeizaam al zeg ik het zelf. De bomenblesser moet er verstand van hebben. Door het gebrek aan goede blessers worden er ook onervaren krachten aangenomen. Dat verschil lijk je wel te kunnen zien. Als ik door een geblest bos loop, kijk ik extra kritisch om mij heen. Een zieke boom… rood. Twee te dicht op elkaar staande exemplaren… de minste van de twee: rood. Tja. En soms denk ik, wat mis ik hier aan info. Hout is goud, dus ook de mooie bomen moeten het ontgelden. Ook als ze op een superieure plaats staan, dat je denkt, dit is nou typisch een toekomstboom.

Ik moet opbiechten dat ik ooit wel eens een rode stip heb verwijderd: God bless you!

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

25 juni 2019

Afgelopen weekenden in Drenthe geweest. Het dak ging er af! Niet dat er gefeest werd, het dak voldeed niet meer aan de gestelde eisen. Behalve dat er af en toe kleine lekkages waren, vooral bij zwaar weer, was het plaatwerk zo dun, dat het in de zomer graag de warmte binnen liet als de zon op het dak scheen en dat vooral in de winter de opstijgende warmte veel te gemakkelijk de vrijheid naar buiten vond. De pannen. Die waren nog goed. De panlatten duidelijk minder…

Er komt een goed geïsoleerde dakbedekking voor terug. En weer dezelfde pannen. Door breuk en de verhoging van het dak (veel dikkere isolatie) komen we er tekort, maar huisjes genoeg in de buurt met dezelfde pannendak en dus ook hetzelfde probleem. Omdat er eigenaren van naburige huisjes in het verleden bij het renoveren wel hadden besloten om ook de pannen te vervangen en Nederlanders niet graag iets weggooien….

Het hele proces begon met het verwijderen van de plakkaten huislook en de zonnepanelen eerder dit jaar, samen met zoon Anne Jon. We hadden ze er zelf opgelegd en haalden de hele installatie er dan ook weer zelf af. Het zijn de vroegere, inmiddels 20 jaar oude panelen van ons woonhuis en daar had ik ze ook al twee keer in handen gehad, omdat bij de uitbouw van de praktijk elf jaar geleden alle dakpannen zijn vervangen. En later nieuwere zonnepanelen zijn geplaatst. De historie herhaalt zich hier weer.

Onder één van de zonnepanelen nestelde een kwikstaart die duidelijk haar ongenoegen uitte over de actie. Niet leuk. Later, bij het verwijderen van de pannen wemelt het van de wespennesten en die uitten ook hun ongenoegen, maar op een heel andere manier. Als Jolanda na twee weken de op het gras gestapelde pannen door haar handen laat gaan, om ze te ontdoen van veertig jaar vuil en mos, hebben zich al hele kolonies oorwurmen en pissebedden in de donkere vochtige spleten gesetteld. Duizenden. En steevast is de onderste pan het dak van een leger rode bosmieren.

De meest duidelijke lekkage zat bij de schoorsteen. Van buitenaf was er al het nodige gedaan, maar binnen heb ik twee plafondplaatjes en wat aftimmerplanken verwijderd om de schade te herstellen. Een flinke bak vol met bende kwam er achter vandaan, achtergelaten door een groep vleermuizen die naast de schoorsteen naar binnen konden. Opgeruimd en weer dicht getimmerd.

Het is hier over het algemeen heerlijk rustig. En als de renovatie klaar is, gaat dat weer zo zijn. Het is een zogenaamde recreatiewoning, maar we weten het maar al te goed, het wordt permanent bewoond.

Jan Anne Schoonhoven, dierenarts

18 juni 2019

Back to Top