Vaccinaties
- Gegevens
- Laatst bijgewerkt op zondag 07 augustus 2011 01:05
VACCINATIESCHEMA
De standaard vaccinaties bij de kat zijn gericht tegen aandoeningen die dodelijk zijn voor de kat of deze ernstig (blijvend) letsel kunnen toebrengen
9 weken vaccinatie tegen kattenziekte, niesziekte (calici- en herpesvirus) en eventueel chlamydia.
12 weken boostervaccinatie kattenziekte, niesziekte en eventueel chlamydia
Jaarlijks boostervaccinatie kattenziekte, niesziekte en chlamydia
Voor reizen naar het buitenland is de vaccinatie tegen hondsdolheid verplicht. Zie ook de vakantiefolder!
Tegen welke ziekten kan gevaccineerd worden?
Kattenziekte (panleukopenie)
Wordt veroorzaakt door het meest dodelijke virus bij de kat (90% sterfte).
Kattenziekte is hoofdzakelijk een aandoening van het maag-darmkanaal, waardoor de kat gaat braken en bloederige diarree vertoont. Er treedt heftige koorts op. Ook gaat de weerstand van het dier snel achteruit. Het gaat gepaard met erge buikpijn en uitdrogingsverschijnselen.
De vatbaarheid voor andere infecties neemt snel toe.
Besmetting treedt op door overdracht van het virus via braaksel en ontlasting. (Ook via kleding en schoeisel van de eigenaar.)
Niesziekte
Niesziekte is een verzamelnaam van virussen en bacteriën die een (ernstige) ontsteking veroorzaken van onder andere het neusslijmvlies (bekleding in de neusholtes) en de verdere bovenste luchtwegen, waardoor het vaak kenmerkende niezen ontstaat, en snotteren.
Verdere verschijnselen zijn de eventuele koorts, benauwdheid (longontsteking) ontsteking van de ogen (vuile ogen) en de slijmvliezen van de mondholte, tong en keel. Het eten en slikken wordt bemoeilijkt. Vaak stopt de kat met de opname van voedsel en water, mede omdat het dier niet meer kan ruiken. Het dier droogt uit en vermagert. Katten die niet goed genezen blijven chronisch snotteren en niezen.
Overdracht door direct contact met oogvocht, neusuitvloei en speeksel, of indirect via kleding en schoeisel.









